De ruimte tussen hun vier handen in vormt een hart, een gouden schild.
Sanguine, inkten, kleurpotlood, krijt. Hart van lelie.
De dans der twee om het oerpunt heen veroorzaakt 't eindvierkant, eeuwig juiste beweging. Uitbeelding, zo goed en kwaad als het gaat, van de gespannen veer der amoureuse wil, de wil die niet meer alleen wil zijn maar zijn zijn delen wil met een ander. Is het niet spannender, wijdser, totaler met z'n tweeën te zijn ?
Eén wil twéé zijn om nog meer van het zijn de bekers en de schalen te legen, te vullen, te legen en weer te vullen... het alleen-zijn, daar weet-ie alles al van af, och kent-ie als z'n broekzak, hoeft niemand hem nog wat van te leren...
Eén zijn, ok, prima allemaal, maar twee-zijn is beslist opwindender. Wat is de tweede immers anders dan de spiegel van je eigen ziel ...maar dan o zo heerlijk anders ! Met z'n tweeën kun je in het uur van noen nog rollebollen in de duinen, af en toe een beetje ruziën om de atmosfeer gezond op peil te houden, je zaad uitzingen en je ei leggen, woorden wisselen i.p.v. met een boekske in 'n hoekske te kniezen, kun je tenminste nog vlaggen hijsen, odes schrijven, over de sterren heen springen, spuwende draken temmen, o ! zachte zijden strelen ! Bloemen schikken in een vaas van rozen en lelies met lotussen ertussen.
Welke vaas ?
De twee cherubijnen glimlachen in de Tent der Getuigenis, en Tao ook, samen met Amen scheren zij op de gouden vogel door 't zwerk van stilte.
Pen houdt hier stil.
Aucun commentaire:
Enregistrer un commentaire