Zij : naar Rembrandt van R. Kijk hoe schalks zij hem toewuift en toelacht ! De nagels van haar teentjes heeft ze rood gelakt, de lieverd... O, het vuur wil ze wel aanwakkeren !
Verbluft nog beschouwt hij haar vullingen, verheffeningen en dalingen, mysterieus samenspel van edele, zachte krachten... engelenwerk. Zie hoe zij zich zonder valse schaamte aan hem overlevert, welk een preuve van grootse onbevangenheid, het feest der vrijheid, ontrolt zich voor zijn ontroerde ogen.
Hoe heet ze ? Hendrickje ? Saskia ? Bethsabee ? Venus ? Roosje ? Fonteine ? Een speld van goud houdt haar donkerblonde lokken bijeen, het moment van gezalfde vereniging is aangebroken, de voorhangsels worden door de man dicht geschoven. Twee willen tot in het uiterste van het uiterste één zijn.
Hier treedt pen terug, haar adem stokt.
Och ridders, rijg toch uw tenten !
Aucun commentaire:
Enregistrer un commentaire